Oorspronkelijk was Eppe de Haan kunstschilder. Maar op een tentoonstelling van zijn schilderijen kreeg hij van een collega te horen: “Gooi weg die kwasten, zie je dan niet dat je beeldhouwer bent?” Hierdoor aangezet, maakte Eppe de overstap naar de beeldhouwkunst. Sinds 1993 woont en werkt hij in het Italiaanse Pietrasanta, waar hij hakt in Carrara marmer. In het koele marmer en koude brons laat hij sensuele figuren verschijnen. Hard materiaal en warm sentiment staan tegenover elkaar en worden tegelijkertijd in Eppes werk met elkaar verbonden. De namen van zijn beelden zijn veelzeggend: Silent Whisper, Reflexie, Aurora, Guardiano en Gedachte. Sinds kort laat hij sommige van zijn beelden in glas uitvoeren.
Sasja Hagens
Sasja Hagens woont en werkt in Rotterdam. Zij begon haar kunstopleiding in 1991 in Utrecht aan de Hogeschool voor de Kunsten. In 1992 werd ze geselecteerd voor de Koninklijke School voor Beeldende Kunsten in Den Haag (richting Tekenen en Schilderen), waar ze in 1996 afstudeerde. Met krachtige kleuren en gedurfde composities geeft Sasja Hagens haar eigen invulling aan de thema’s havengezichten, industrie- en toekomstlandschappen. Haar schilderijen bevinden zich in collecties van onder meer Maritiem Museum Rotterdam en het Stadhuis Rotterdam. Haar werk wordt ook veelvuldig tentoongesteld, bijvoorbeeld in Shanghai, Helsinki, Barcelona en Hong Kong.
Magali Reus
Ze maakt sculpturen waarbij ze een verband probeert aan te geven tussen het menselijk lichaam en consumptieproducten uit de 21e eeuw, ofwel tussen het esthetische en het onvolmaakte. Ze ontving de Prix de Rome voor vijf werken binnen haar serie Leaves. De jury schreef over haar: “Deze kunstenaar werkt doelgericht en beheerst aan een nieuwe koers, maakt daarbij heldere keuzes en vertaalt dit in een prikkelende presentatie die tegelijk formeel en persoonlijk is en zich geleidelijk voor de bezoeker opent.”
Joyce Overheul
”Mijn werken draaien vaak om onderwerpen als gelijkheid, emancipatie, vrouwenrechten en feminisme. Mijn kunst raakt zowel hedendaagse als historische onderwerpen aan. Ik maak kunst met technieken uit het verleden over situaties uit het heden. De technieken en media die ik gebruik voor mijn kunst zijn vaak erg arbeidsintensief, zoals het maken van met de hand genaaide wandkleden of het weven met kralen. Ik werk vaak met textiel en fotografie, maar ik beperk me niet bij voorbaat tot deze twee media. In het ontwikkelingsproces van nieuw werk neem ik elk mogelijk materiaal in ogenschouw om te kijken wat het beste bij de thematiek en inhoud van het nieuwe werk past. Wat ik fijn vind aan textiel en handwerk is dat er een interessante historische link is. Met elke steek die je naait verbind je het heden met het verleden. Ik verpak politieke statements en boodschappen in zachte lagen van fluweel, organza en andere stoffen. Door het gebruik van deze materialen worden mensen verleid tot dichterbij komen en de werken goed in zich op te nemen. Ondanks het feit dat de werken doordrenkt zijn van politieke inhoud, schrikken ze de kijker niet af door hun onschadelijke uiterlijk.”
Olphaert den Otter
Werkzaam als schilder, wandschilder, animator en in het verleden docent aan diverse academies. Hij werkt met ei-tempera, vaak in grote series. Een daarvan, de serie Stal-& Kluismorfologie serie, bestaande uit 127 werken, werd tentoongesteld in Museum Boijmans Van Beuningen. In 2018 won Den Otter, samen met Museum Belvédère, de eerste editie van de Agnes Van Den Brandeler Prijs, wat resulteerde in een groot overzicht in 2020 in het museum in Heerenveen.
Afbeeldingen: uit de serie World Stress Painting’ #268 vuur 6/3/2020 en #336 aarde 7/2/2022, beiden ei-tempera op papier, 18 x 26 cm, particuliere collecties.
Ana Oosting
Na een bachelor Neurowetenschappen studeerde Ana aan de Gerrit Rietveld Academie en rondde de Master ArtScience in Den Haag af. Met een passie voor biologie streeft ze ernaar om ons gevoel van verwondering te raken en ons menselijk perspectief te bevragen. Dingen die haar prikkelen zijn niet altijd even serieus, het mag ook prikkelen omdat het een beetje absurd is of omdat zij erom moet lachen. Daarnaast blijft zij een fascinatie zien met dode dingen, niet zo zeer omdat ze dood zijn, maar omdat die je in staat stellen ze van dichtbij, en soms van de binnenkant, te bekijken.
Bas Kosters
Bas kosters werkt als kunstenaar en designer altijd vanuit bevlogenheid en compassie. Vanuit engagement creëert hij werelden bevolkt door vele uitbundige, alarmerende en tedere figuren. Met een voorliefde voor textiel en papier probeert hij maatschappelijke en persoonlijke zaken die hij van belang vindt te vieren en uit te dragen. Met humor en teksten omringd, toont hij emoties die anders misschien moeilijk te accepteren zijn. Een fascinatie voor figuren en karakters, maar ook voor erotiek leidt tot een soms schurende realiteit waar vele percepties strijden om de aandacht. Zijn verhalen komen tot uiting in wandkleden, poppen, decors, glasobjecten, tekeningen, schilderingen en keramiek. Hier zijn afgebeeld de serie ‘Brut cute’ in keramiek en het wandkleed ‘We are all mothers’.
Jos Houweling
Zijn werk kenmerkt zich door aandacht voor het absurde in de alledaagse werkelijkheid. Hij werkt met uiteenlopende media: tekenkunst, collage, animatiefilms, fotografie, typografie, video en digitale animaties en tekeningen. Zijn fotocollages worden uitgegeven in fotoboeken. De fotocollages van het 700 Centenboek, over Amsterdam, zijn deel van de collectie Centre Pompidou, Parijs. Mooier bestaat niet, vindt hij.
Caren van Herwaarden
Na de academie tekende van Herwaarden een paar jaar in de anatomische collectie van de Leidse Universiteit om daar die binnenkant, de materie waaruit we zijn opgebouwd, te bestuderen. Ze kon het stoffelijk omhulsel niet los zien van gevoelens als angst, verlangen, verzet en overgave. Driften en emoties die zowel een louterende als ontwrichtende functie in je leven hebben. Dit onderzoek in de anatomische collectie vormt de basis van haar werk, waarover ze zelf zegt: “Ik wil dat de kijker mijn werk eerst met zijn donder ervaart en herkent, voordat hij het eventueel begrijpt. Het moet rauw zijn, je moet het kunnen ruiken.”
Erik Mattijssen
Het werk van Erik Mattijssen kenmerkt zich door een kleurrijke opeenstapeling van elementen. Vaak zijn het heel alledaagse dingen, zoals oude verpakkingen, plastic gebruiksvoorwerpen en bloemen en planten. De functionele objecten in het werk van Mattijssen zijn niet zuiver esthetisch, maar hebben ieder een eigen verhaal. Door de zintuigen te prikkelen met opvallende kleuren en herkenbare, soms nostalgische patronen weten de werken herinneringen op te roepen bij de kijker. De inspiratie voor zijn werken doet Mattijssen vaak op tijdens verblijf in het buitenland, zoals Suriname, India en Ierland.









