Zijn schilderijen zijn doorwerkt. Gebruikmakend van zand, acryl en lak schildert hij zijn doeken liggend op de grond. Eigentijdse stadsgezichten zijn het, waarbij hij duidelijk zijn inspiratie zoekt in de nieuwe eigentijdse architectuur, de bouwputten en de winkelcentra om hem heen. Evenals de schilders van de Amsterdamse school zoals George Breitner en Willem Witsen die ook op zoek waren naar specifieke plaatsen in de stad die hun fascineerde. Zijn composities zijn raak en dynamisch en zijn in tegenstelling tot zijn expressieve schilderkunst afgewogen en zorgvuldig samengesteld aan de hand van foto’s.
Carel Visser
Carel Visser kan met recht worden beschouwd als de nestor van de naoorlogse beeldhouwkunst in Nederland. Zijn oeuvre omspant bijna zestig jaar en loopt gelijk op met de grondige veranderingen binnen het maken van beelden. In tegenstelling tot de rappe revolutie in de schilderkunst In het Nederland van de vroege jaren vijftig, verandert de beeldhouwkunst traag. Visser is vanaf het begin gefascineerd door de abstractie. Hij verkiest gelaste ijzeren sculpturen boven klassieke materialen als was, gips of steen. Geometrie en symmetrie boven klassiek realisme. Visser onderzoekt op een avontuurlijke manier de balans tussen verticalen en horizontalen, tussen deel en geheel en tussen natuur en constructie.
Silvia B.
De sculpturen van Silvia B. zijn met extreme precisie gemaakt en vaak feestelijk mooi met een donkere ondertoon. Vanuit hedendaagse dilemma’s ontstaan haar creaturen. De veelal hybride wezens bewegen zich langs de grenzen van genders, leeftijden, (sub)culturen en soorten en willen een brug leggen tussen onze gecultiveerde realiteit en diepere intuïtieve en instinctieve lagen. In haar recente serie Entanglement vervloeien de grenzen tussen cultuur en natuur en ligt de focus op hun kwetsbaarheid en verbondenheid in onzekere tijden.
Wim T. Schippers
In 2011 kocht Museum Boijmans Van Beuningen de befaamde Pindakaasvloer (1962) van Wim T. Schippers aan. Deze vloer is een bijzondere installatie met een roemruchte geschiedenis. De Pindakaasvloer past binnen de conceptuele werkwijze van Wim T. Schippers. Karakters als Ernie uit Sesamstraat en Jaques Plafond, maar ook een sculptuur als de zwevende steen laten zien dat in principe alles zinloos en onzinnig is, maar daarom nochtans wel de moeite waard. Het bestrijken van een galerievloer met pindakaas is een voorbeeld van deze gedachtegang. Deze werkwijze past Schippers toe als a-dynamische radio- en televisiemaker, (toneel)schrijver en beeldend kunstenaar. Wim T. Schippers is bekend van programma’s uit de jaren 60 en 70 als Hoepla, Fred Haché en Sjef van Oekel. Sinds 1976 is zijn stem bekend van Ernie in Sesamstraat.
Pieter Laurens Mol
Vanaf het midden van de jaren zestig heeft Pieter Laurens Mol (1947, Breda, Nederland) een oeuvre opgebouwd waarin hij schijnbaar onsamenhangende onderwerpen aan bod laat komen en tot een eenheid samenbrengt. Hiertoe behoren onder meer fascinatie voor het vliegen, techniek, ambachtelijkheid, geweld en de symbolische aspecten van het planetenstelsel. Mol gebruikt veel verschillende uitdrukkingsvormen zoals fotografie, schilderen, beeldhouwen, tekenen en installeren. Niet zelden blikt hij terug in de cultuurgeschiedenis. De manier waarop hij de erfenis van het verleden bespeelt geeft hem nieuwe energie en nodigt de toeschouwer uit zijn opvattingen opnieuw te overwegen.
Krijn de Koning
Krijn de Koning maakt werk waarin de ervaring van ruimte en de verhouding tussen mensen en ruimte centraal staat. Door middel van kleur en vorm creëert hij de meest complexe installaties. De gebouwde kunstwerken zijn veelal toegankelijk en betreedbaar voor publiek, waardoor interactie tussen het publiek en de gebouwde omgeving kan ontstaan. Krijn de Koning is niet iemand van het uitgewerkte plan. Veel liever bepaalt hij ter plekke wat de maatvoering van het werk wordt en welke kleuren worden gebruikt.
Hella Jongerius
Ontwerpster Hella Jongerius is bekend geworden door de bijzondere manier waarop ze industrie en ambacht, high en low tech, traditie en het hedendaagse combineert. Na haar afstuderen aan de Design Academy Eindhoven in 1993 startte ze haar eigen design bedrijf, Jongeriuslab, waar ze haar eigen projecten en projecten produceert voor klanten zoals Maharam (New York), Koninklijke Tichelaar Makkum (Nederland), Vitra (Basel) en IKEA ( Zweden). Haar werk was te zien in musea en galerieën, zoals het Cooper Hewitt National Design Museum (New York), MoMA (New York), het Design Museum (Londen), Galerie KREO (Parijs) en Moss Gallery (New York).
Jeanne van Heeswijk
Haar werk heeft betrekking op het maken van kunst en het deelnemen aan de brede discussie over kunst. Volgens haar kan kunst ruimte bieden aan anderen en hiervoor wil zij de mogelijkheden creëren op basis van de gedachte dat de kunst haar eigen grenzen moet overschrijden. Van Heeswijk studeerde af aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg en deed vervolgens de post-accademische opleiding van de Jan van Eyck Akademie in Maastricht. Haar projecten kenmerken zich door sociale betrokkenheid. Het doel is het scheppen van nieuwe publieke (ontmoetings)ruimtes of het daartoe vervormen van bestaande ruimten. Dit deed zij recent onder meer in Ohio met Face Your World, een project waar bij kinderen gevraagd werd op een andere manier naar hun omgeving te kijken en deze vorm te geven. Omdat Jeanne van Heeswijk sterk gelooft in de kracht van het samengaan van een veelheid van ideeën zijn bijna al haar projecten samenwerkingsverbanden.
Bernard Heesen
Architect van opleiding en autodidact in glas, speelt een ironisch spel met de moderne categorieën van kunst en kitsch, ambacht en industrie, origineel en kopie, unica en serie, verzamelaar en consument, smaak van de elite en smaak van de massa. In zijn streven naar vernieuwing past Bernard Heesen in de Leerdamse glastraditie. Als uitvoerder van zijn werk laat hij tijdens het maakproces het toeval bijdragen aan vorm en expressie van zijn producten.
Koen Ebeling Koning
Koen Ebeling Koning maakt schilderijen met zichzelf. Niet door het ego centraal te stellen maar door het TENTOON te stellen. Hij maakt uitsneden uit de feitelijke realiteit van het leven zoals dat alleen geleefd wordt. Aan een sociale omgeving wordt wel gerefereerd, maar in het beeld is die afwezig. De werken zijn opnamen van ogenschijnlijk onopmerkelijke momenten (tussenmomenten), voor een ieder herkenbaar, maar achteloos in de beleving. De grote afmetingen geven ruimte aan het tentoongestelde ik. Het wordt uitvergroot en daarmee goed zichtbaar gemaakt.









